#3

222Mijn wekelijkse boodschappen doe ik een dorp verderop, het liefst op maandagavond. Het dorp is ook de geboorteplaats van mijn vader, die letterlijk en figuurlijk al een eeuw geleden overleed. Het is rustig in de supermarkt, de gangen van de winkel lijken nog ruimen dan op een zaterdag.

Opeens hoor ik een man, in het trage dialect van het dorp, in mijn richting roepen. ‘Heee!’ De man haalt adem. Ik kijk op, ik schat hem begin 80. Hij draagt een blauwe overall, aan zijn arm bungelt een winkelmandje in dezelfde kleur. Een halfje brood is de voorlopige opbrengst van zijn tocht naar de winkel. ‘Heee’, herhaalt hij. Ik ben verbaasd, verwacht niet om op dit uur bekenden tegen te komen. ‘Ziede gee d’r enne van Janssen uut de Kuul?’ M’n verbazing neemt alleen maar toe. Niet alleen verwachtte ik geen bekenden te zien, maar helemaal geen mensen die mijn herkenden als een zoon van Janssen ‘uut de Kuul’. Oudere bewoners van het dorp voegen typeringen toe aan achternamen. Mijn vader was geboren in ‘de Kuul’.

Dan volgt kort een warm betoog over mijn vader, zijn broers, de voetbalclub, de stad waar hij later naartoe verhuisde en zijn dood in 1978. Dan draait hij om, mompelt de naam van mijn vader, zwaait en loopt weg. ‘Haje wa!’ Ik blijf vertwijfeld achter. En dankbaar.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *